Cultivatie: 10 dingen die je nog niet wist (en meer!)

Thee wordt voornamelijk verbouwd in berggebieden op hoogtes van 900 tot 1.500 meter en op een helling van 45° tot 60°. Juist op zulke plekken is een uitgebalanceerde hoeveelheid zon, schaduw en water, de reden dat kwalitatieve thee duizenden jaren op dezelfde locatie worden verbouwd, voorhanden. Er zijn een tweetal aspecten die alle theeplantages gemeenschappelijk hebben. Dit is voldoende neerslag en goed gedraineerde grond. De neerslag mag eigenlijk niet uitmonden in plassen, maar de planten zijn wel een constante bevochtiging van de wortels en bladeren nodig. De hoogte van de bergen spelen hierin een belangrijke rol. Op de grootte hoogtes komt namelijk veel mist voor. De struiken zijn de mistige, pure lucht nodig zodat de bladeren tijdens de loop van de ochtend nat blijven. Als de planten worden verbouwd op lagere hoogtes, waar het warmer en droger is, kunnen de plantagehouders niet rekenen op de mist en dienen de theestruiken beregend te worden.

Op de theeplantages worden de theeplanten gesnoeid zodat ze klein en plukbaar blijven, worden ze dicht tegen elkaar op één rij geplant waardoor ze eruit zien als één lange haag. Een dergelijke haag van theestruiken wordt een ‘pluktafel’ genoemd. Tussen de rijen wordt een gang van 50 cm breed gehouden zodat de plukkers voldoende ruimte houden om tussendoor te stappen met een mand op de rug. Alhoewel de hellingen vrij steil kunnen zijn, worden de ‘pluktafels´ op smalle terrassen of trappen boven elkaar aangeplant. Afhankelijk van de streek worden de struiken op 1 tot 1,5 meter hoogte gesnoeid.

Een geschikt klimaat en andere belangrijke factoren voor cultivatie

Thee groeit het best in een tropisch of subtropisch klimaat. Het klimaat is een belangrijke factor op de pluk, plukdistributie en op de kwaliteit van de thee. Voor cultivatie van thee is het klimaat dan ook erg belangrijk. Thee groeit het best op gedraineerd, vruchtbaar, zurige hooggelegen grond.
In sommige delen van de wereld groeien de planten het hele jaar door, waar elders er een rustperiode tussen de winter- en een groeiperiode zit. De bladeren worden geplukt wanneer de nieuwe loten beginnen te groeien. In streken met een warmer klimaat krijgen de planten meerdere groeischeuten, terwijl er in koelere klimaten een korter, groeiseizoen is.

De juiste temperatuur

Temperatuur is een belangrijke factor met een grote invloed op de uiteindelijke oogst. De temperatuur heeft een directe invloed heeft op het fotosyntheseproces. Fotosynthese is een proces waarbij licht wordt gebruikt om koolstofdioxide en water om te zetten in voedingsstoffen voor de theeplant. Een bijproduct wat hierbij vrijkomt is zuurstof. Via fotosynthese beïnvloedt de temperatuur de groei van de plant en de rustperiode. In het algemeen is een temperatuur tussen 13 °C en 28-32 °C voldoende voor de theeplant om zich te ontwikkelen. Een temperatuur boven 32 °C is ongewenst voor optimale fotosynthese, helemaal als het gepaard gaat met lage luchtvochtigheid.

Voldoende regenval

Naast de hoeveelheid neerslag is de distributie van de neerslag over het volledige jaar ook zeer belangrijk. In bepaalde gebieden zoals Noord-India brengt de moesson veel regen, terwijl er in andere maanden maar net genoeg regen valt om weer te kunnen verdampen. Hierdoor ontstaat een onevenredige verdeling van regenval. Dit kan tijdens de moesson leiden tot drainage problemen terwijl het in de andere maanden kan leiden tot vochttekorten. Als de droogteperiodes aanhouden, zal dit aanzienlijke gevolgen hebben voor de theeplant en neemt de kans op een misoogst toe.

Vruchtbare grond

De theeplant groeit goed op hoog gelegen land, wat goed gedraineerd is, met een goede diepte, zurige PH waarde tussen 4,5 en 5,5 en humeuze (zand)grond (≥ 2% humus). Ondiepe en compacte ondergronden beperken de groei van de wortels. Theeplanten die wel op een ondiepe en compacte grond groeien zijn gevoeliger voor droogtes en veel neerslag tijdens het regenseizoen. Om voor de theeplant goed te kunnen gedijen, mag er geen steenlaag of andere harde onderlaag binnen 2 meter van het oppervlakte liggen. Het grondwaterpeil mag bovendien niet lager liggen dan zo’n 90 cm.

Niet te korte dagen

De lengte van de dag beïnvloedt ook de groei en rustperiode van de theestruiken. Wanneer minimaal zes weken achter elkaar de dagen korter zijn dan omstreeks 11 uur vallen de theeplanten in een rustperiode. De lengte van het groei- en oogstseizoen verkort wanneer de afstand tot de evenaar toeneemt. Dat theeplanten in een rustperiode vallen komt voor vanaf 18° NB en ZB.

Voldoende schaduw en schaduwbomen

In regio’s waar de temperatuur tijdens het groeiseizoen kan stijgen boven de 30-32 °C is schaduw een vereiste voor de gezondheid en productiviteit van de theeplant. De lichte, brede theebladeren van het Assamica ras zijn overigens meer gebaat bij schaduw dan het Chinese ras. De afname van hitte en licht zijn de voornaamste redenen voor het aanplanten van schaduwgevende bomen. Het ontstane compost van het vallende blad, voorkomen van natte grond tijdens de doge wintermaanden en de afname van het aantal spinten (de spint is een mijtsoort die de bladeren aantast) zijn echter andere voordelen die ook voor de Chinese theeplant geldt.

Het her- of aanplanten van de theeplantage

Het beplanten van theeplantages is een erg delicate operatie waarvoor adequate planning nodig is. Goede teelplanning zorgt voor snelgroeiende, rijke theeplanten die vroeg geplukt kunnen worden. Een kleine fout in het teelplan kan echter grote gevolgen hebben door bijvoorbeeld afgestorven planten. Vroeger werden theestruiken aangeplant door de theezaden op te kweken. Aanplanting geschiet nu voornamelijk via stekjes of via afgelegde takken die wortel schieten. Goed producerende planten of planten die beter bestand zijn tegen droogte, ongedierte en ziektes worden bijvoorbeeld gestekt. Hierdoor ontstaat een constantere hoeveelheid en kwaliteit van de theepluk.

Voordat de stekjes zijn uitgegroeid tot volledige theeplanten worden de stekjes eerst opgekweekt in een speciaal ingerichte kwekerij. Afhankelijk van de regio worden in de kwekerij de stekjes in een bepaalde tijd opgekweekt tot een minimale hoogte. In Noord-India is het bijvoorbeeld gebruikelijk de stekjes tot een grootte van 40 à 60 cm op te kweken, waar alleen stekjes met minimaal 12 goede volwassen bladeren en voldoende dikte (0,5 cm) gebruikt worden voor beplanting. Wanneer dit het geval is krijgen de stekjes hun eigen vaste plekje – ongeveer 1,5 m2 – op de theeplantage. Voordat de planten echter worden overgeplaatst naar de theeplantage krijgen ze eerst de ruimte om geleidelijk te wennen aan de hete zon. Vervolgens groeien de nieuwe theeplanten in de eerste twee jaar uit tot struiken van ongeveer 1,5 tot 2 meter hoog, waarna ze worden teruggesnoeid tot 30 cm. Het terugsnoeien zorgt ervoor dat ze veel zijstengels aanmaken. Wanneer ze weer een hoogte van 1 meter hebben bereikt worden ze wekelijks gesnoeid tot ze in de pas lopen met de rest van de ‘pluktafel’. Afhankelijk van de hoogte, het klimaat en de weersomstandigheden kan de theepluk na zo’n drie tot vijf jaar beginnen.

De periode van het planten van de theestruiken

Periodes van veel neerslag hebben een negatief effect hebben op net geplante theeplanten. Het beplanten van de theeplantages gebeurt dan ook vaak in april-juni en in september-oktober. Men kiest er soms ook voor om tussen oktober-november bij- of te herplanten, alleen dient er in zo’n geval adequate irrigatie aangelegd zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *