Thee regio: Ceylon thee

Sri Lanka, in de theewereld nog steeds bekend onder haar koloniale naam Ceylon, is een eiland in het zuidoosten van Azië. Sri Lanka is na India en China de derde grootste theeproducent in de wereld. Het theeverhaal van Sri Lanka begint in de tweede helft van de 19e eeuw. Tot 1860 werd Ceylon voornamelijk gedomineerd door koffieplantages. In 1869 werd het merendeel van de koffieplanten echter verwoest door schimmel. Door de schimmel Hemileia vastarix werd de oogst, en daarmee het inkomen, verwoest, waardoor de plantagehouders gedwongen werden om over te schakelen op andere gewassen. Al sinds 1850 hadden de eigenaren van de Loolecondera-plantage, gelegen in de Kandy regio, interesse voor het verbouwen van thee op Ceylon. Al voor het rampjaar aan kreeg de Schot James Taylor opdracht om in 1867 de eerste theezaden te planten. Aan de hand van de Schot volgden ontwikkelingen elkaar in rap tempo elkaar op en groeide de productie snel. Na zeven jaar werden in 1875 al de eerste kwaliteitstheeën op de Londonse veiling verkocht en in 1890 was de productie van thee op Ceylon al gestegen tot een kleine 23.000 ton.

Geografie en klimaat

Het eiland bestaat uit laaggelegen gebieden met gebergtes. Sri Lanka kent een zeer gevarieerd klimaat, sterk afhankelijk van de regio. Het tropische eiland kent temperaturen die het gehele jaar door constant zijn, met licht warmere temperaturen in de zomer. Het neerslagpatroon is sterk seizoensgebonden. In tegenstelling tot de theegroeiende regio’s in India ervaart het grootste deel van Sri Lanka elk jaar twee onderscheidende droge periodes. Regenval en temperatuur variëren voornamelijk door verschil in hoogte en locatie, relatief aan de bergachtige gebieden. De patronen zorgen voor unieke en enorm verschillende karakteristieken in de verschillende theeën. Jammer genoeg is dit nog steeds ondergewaardeerd en wordt veel van de Ceylonthee in bulk voor het melangeren verkocht.

James Taylor – de Schot die theecultivatie op Sri Lanka introduceerde
In 1866 kreeg James Taylor (Kincardineshire (Schotland) 29 maart 1835,– Kandy (Sri Lanka) 2 mei 1892), pas gearriveerd uit India, opdracht om de eerste theezaden te planten op 8 hectare net gerooid bos in het Hewaheta Lower District van koloniaal Ceylon (nu bekend als veld No.7 van de theeplantage Loolecondera Estate). Met de opgedane basiskennis uit Noord-India begon Taylor te experimenteren met de bewerking van thee. De veranda van zijn huis werd ingericht als fabriekje, waar de bladeren met de hand op tafel gerold werden. Het geoxideerde blad werd gevuurd op kleien stoven boven houtskoolvuren, met de bladeren op roosters van gaas. De eerste theeën vielen in de omgeving in de smaak, waar in het begin dan ook de meeste vraag vandaan kwam. De vraag bleef echter toenemen en in 1872 had Taylor de veranda ondertussen verruild voor een volledige fabriek. Drie jaar later werden de eerste kwaliteitstheeën al op de veiling in Londen verkocht. Bedroeg de productie in 1873 nog slechts 13 kg, in 1880 was dit al 81 ton en in 1890 zelfs al 22.900 ton thee. Met de toewijding, volharding en het doorzettingsvermogen zou gesteld kunnen worden dat Taylor grotendeels zelf verantwoordelijk voor de eerste successen van de theeoogst op Ceylon.

De snelle groei van de theeindustrie in Ceylon tussen 1870-1880 wekte de interesse van grote Britse ondernemingen, welke veel kleine plantages overnamen. Vier theeplantages werden gekocht door de kruidenier Thomas Lipton. In ´90 jaren ontmoette de twee mannen elkaar en spraken ze over het exporteren van thee. Door de overnames van kleinere plantages als die van Taylor gaf de kleinere plantagehouders minder concurrentievermogen en leidde uiteindelijk ook tot het ontslag van Taylor in 1891.

Sri Lanka’s unieke neerslagpatroon garandeert een bijna onafgebroken oogstseizoen. In het land komen twee aparte moessonseizoenen voor, waarbij een van het noordoosten en de andere vanuit het zuidwesten het land binnenkomen. Wanneer aan de westerse zijde van het eiland de productie terugloopt dan is een toename waar te nemen aan de oosterse zijde van het eiland. De productie van kwalitatief hoogwaardige Ceylon thee wordt mogelijk gemaakt door de koele, droge winden. Tijdens de piek in het oogstseizoen kan er zoveel geplukt worden dat in fabrieken 24 uurcyclussen mogelijk zijn.

Theeproductie in Ceylon

Binnen 130 jaar is de productie van Sri Lanka thee uitgegroeid van een vervangend gewas bij een mislukte koffieoogst in 1869 tot een volwaardige industrie, met ooit de tweena grootste theeproductie in de wereld. Zoals zoveel theeverbouwende landen heeft thee Ceylon ook wisselende cijfers in de theeproductie gekend.

Na hevige verliezen door een experiment in nationalisatie van het management, werd in 1992 door de overheid besloten het management van de plantages terug te geven aan de private sector. Het plan begon in 1995 met de verkoop van 23 plantages in staatseigendom. Privatisering van staatsplantages heeft buitenlandse investeerders aangetrokken en heeft de kwaliteit en kwantiteit van de oogst sterk verbeterd.

Het is niet voor niets dat Sri Lanka bekend staat om de Ceylon zwarte thee. De meerderheid van de productie is dan ook zwarte thee. Ondanks dat worden er ook kleine hoeveelheid groene en witte thee verbouwd. Voor de Ceylon groene en witte thee neigt men de Chinese stijlnaam aan te houden. Ondanks dat deze ‘Ceylon thee’ gewoonlijk te herkennen zijn in stijl, de karakteristieken kunnen sterk van het origineel verschillen. Ceylon groene thee is bekender in het Midden Oosten dan in het Westen.
Tijdens een gemiddelde dinsdagsveiling in Colombo, een van de grootste theeveilingen in de wereld, wordt er voor 5.896 ton thee verhandeld. De wet schrijft voor dat 90% van de nationale theeproductie via de veiling verkocht moet worden.

De meeste theetuinen in Ceylon liggen op 1.000 tot 2.600 meter in twee gebieden op het zuidwestelijk deel van het eiland, ten oosten van Colombo en bij Galle in het zuiden. Op de hete, vochtige vlakten en heuvels produceren de theestruiken elke zeven à acht dagen nieuwe loten en kan er het hele jaar door geplukt worden. De beste theeën worden geplukt van eind juni tot eind augustus in het oosten en van begin februari tot half maart in het westen.

Theeregio’s Ceylon

Sri Lanka is een peervormig eiland. De meeste theeplantages liggen in het midden van de zuidelijke bult van het eiland. Het verbouwen van thee gebeurt op drie verschillende hoogtes. Deze bevatten topkwaliteit highgrown thee uit de Centrale provincie op 1.200 tot 2.500 meter, met een helder karakter en superieure smaak door de koelere lucht; middlegrown thee Ceylon op 600 tot 1.200 meter , bekend om de full body smaak met een goede kleur en kracht; terwijl de sterke kleurige low-grown thee onder 600 meter hoogte wordt verbouwd. Veel van de highgrown thee wordt verbouwd op grote plantages terwijl kleinere tuinen (gemiddeld rond 4 hectare) de lager gelegen gebieden domineren.

Smaak
Ceylon is vrij neutraal in smaak, wat het een ideale basis maakt voor het melangeren. Ceylon thee hierom ook vaak aanbevolen aan mensen die een ‘gewone kop zware thee’ willen. Ondanks de neutrale smaak bevat Ceylon vaak tonen van citroen. De citrusachtige smaakeigenschappen maakt Ceylon ook zeer geschikt voor ijsthee.

Er zijn zes belangijke theeproducerende regio’s: Galle en Matara in het zuiden; Ratnapura dicht bij de hoofdstad Colombo; Kandy, de laaggelegen streek nabij de oude hoofdstad; Nuwara Eliya, het hoogstgelegen gebied waar de beste thee wordt geproduceerd+ Dimbula, ten westen van de centraalgelegen bergen; en Uva, ten oosten van Dimbula.

De theeën van elke streek hebben hun eigen smaak-, geur-, en kleurkenmerken. Lowgrown theeën, verbouwd op 500 tot 600 meter, zijn goed van kwaliteit en geven een goede kleur en sterkte, maar missen het kenmerkende aroma en de heldere frisse smaak van de hoger verbowde theeen en worden meestal voor melanges gebruikt. Middle- en highgrown theeen, verbouwd op 600 tot 2.500 meter, zijn de allerbeste die Sri Lanka te bieden heeft en geven een mooi goudkleurig aftreksel en een intense, krachtige smaak. Naast uitstekende zwarte thee produceren sommige plantages ook witte thee met een zeer lichte strokleurig aftreksel. Alle zwarte theeën uit Sri Lanka zijn het lekkerst met een beetje melk.

Dimbula

Dimbula is een theeproducerende regio in Sri Lanka, te vinden in het westen van het centrale berggebied en is een van de meest bekende theegroeiende regio’s van het land. Dimbula was oorspronkelijk bedekt met een dichte jungle die aangepast waren aan de sterke regenval. De meest geliefde theeën uit Dimbula worden geplukt tijdens het droge seizoen, voordat de moesson regen brengt. Evenals Nuwara Eliya heeft Dimbula in augustus en september te maken met de moesson en worden de beste theeën tijdens de droge maanden januari en februari geproduceerd. Deze theeën staan bekend om hun volheid, kracht en sterke aroma. Thee uit Dimbula worden vaak beschreven dat deze de typische kwaliteiten of karakteristieken van Ceylon thee bevatten. Het schijnt dat Twinnings en Taylors of Harrogate voor het melangeren van hun Ceylon thee alleen gebruik maken van thee uit de Dimbula regio.

Kandy

Kandy is een district in Sri Lanka die erg belangrijk is voor de theeproductie. Het ligt in het midden van de drie districten binnen de Centrale provincie en ligt net ten noorden van Nuwara Eliya en ten zuiden van Matale. Het klimaat in Kandy is warm en het hele jaar door nat. Er is een substantiële seizoensinvloed wat betreft de neerslag in de regio, maar het patroon verschilt met dat van het vaste land in India en China. Januari tot maart zijn de droogste maanden, met februari als de droogste maand. Oktober en november zijn de natste maanden. Met de ligging in de tropen heeft het gebied een constante, gemiddelde temperatuur. Vergeleken met Nuwara Eliya ligt Kandy lager en kent het een warmer klimaat. In tegenstelling tot de Uva provincie wordt Kandy sterk beïnvloedt door de droge winden tijdens het droge seizoen.

Galle & Matara

Beide regio’s liggen aan de zuidkust van Sri Lanka. Matara is een district in Sri Lanka wat aan de zuidkust van het eiland ligt. Het district bevat ook een kleine kuststad met dezelfde naam, de grootste stad van het district. Matara district ligt nog maar net in de regio van Sri Lanka die de grootste hoeveelheid regen krijgen, zeer geschikt voor het verbouwen van Ceylon thee. Dit in tegenstelling tot de gebieden die met de kust mee meer naar het oosten liggen waar het veel droger wordt.

Hoogte & smaak
De zes verschillende streken produceren theeën met een eigen kenmerken. Highgrown geeft lichte, goudkleurige Ceylon thee van zeer goede kwaliteit; middlegrown geeft rijke, koperrode thee; lowgrown geeft donkere, sterke thee die meestal voor melanges wordt gebruikt. Nuware Eliya, de hoogstgelegen streek, levert de beste thee van Sri Lanka.

Ten westen van Matara ligt de regio Galle. De verschilende plantages liggen verspreid door de regio van tropische regenwouden tot de zuidkust. De Galle regio in het zuiden van het eiland is gespecialiseerd in Flowery Orange Pekoes en Orange Pekoes met goedgemaakte blaadjes met regelmatige afmetingen die een ambergouden aftreksel geven met een geurig aroma en een verfijnde, zachte, subtiele smaak. De dikke, sterke Sri Lanka thee zijn voornamelijk populair in het Midden Oosten.

Nuwara Eliya

De belangrijke theeverbouwende regio Nuwara Eliya is een district in centraal Sri Lanka. Nuwara Eliya is het zuidelijkste district van de centrale provincie, net ten zuiden van Kandy. De regio is het hoogst gelegen van alle theeverbouwende gebieden van Sri Lanka. Het klimaat is natter en koeler dan de meeste theeverbouwende regio’s. Zo komt er bijvoorbeeld ook vorst voor. Nuwara Eliya is een relatief kleine speler wanneer het om de volledige theeproductie gaat, maar is erg bekend voor het unieke highgrown karakter van de verbouwde thee. De centrale ligging zorgt er voor dat het dicht bij enkele andere theeproducerende regio’s zoals Uva en Dimbula ligt.

De thee uit deze hooggelegen regio wordt vaak de champagne onder de thee genoemd. Er wordt het hele jaar door geplukt, maar de beste Ceylonthee wordt gemaakt van de pluk in januari en februari. De beste theeën uit dit gebied geven een rijk, goudkleurig, voortreffelijk aftreksel; zacht, helder en met een verfijnde geur.

Ratnapura

Ratnapura is een district in Sri Lanka, dat richting het zuidwesten van het eiland ligt maar nog wel in de binnenlanden. Het vormt samen met de Kegalle district de Sabaragamuwa provincie. Ratnapura, niet erg bekend in de theewereld, wordt gedeeltelijk omsloten door Nuwara Eliya in het noorden, een regio erg bekend voor de topkwaliteit highgrown thee. Ratnapura ligt lager en geografisch een overgangsgebied van heuvels naar vlakte. In Ratnapura produceert men lowgrown Ceylon thee die met name in melanges wordt gebruikt, maar onvermengd, met een beetje melk, ook goed smaakt.

Uva

De Uva provincie is een provincie die in het zuidoosten van de binnenlanden op het eiland ligt. Het is het gebied met de tweena laagste bevolkingsdichtheid. Binnen Uva zijn twee districten te onderscheiden, Badulla en Moneragala. Thee verbouwen in Uva wordt vaak meer geaccessocieerd met Uva dan met een van de kleinere districten. Uva is een erg belangrijk gebied voor de theeproductie van het land door het unieke klimaat, met een unieke smaak tot gevolg. Uva ligt in de regenachtige schaduw van het centrale berggebied van Sri Lanka. De regio krijgt voldoende regen in de winter en kent sterke, droge winden in de zomer.

In Uva wordt thee geproduceerd met een milde smaak, die een wereldwijde reputatie heeft gekregen. De beste thee wordt geplukt tussen juni en september. De droge wind die tijdens deze maanden in de richting van Uva waait geeft de Ceylon thee van UVA zijn verfijnde smaak en aroma.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *